Voorbeelden van anti-oxidanten in voeding zijn vitamine C, vitamine E, resveratrol en citroenzuur. Daarnaast zijn bepaalde mineralen zoals seleen, chroom en zink belangrijk omdat ze deel uitmaken van enzymen die als antioxidant werken.
Antioxidanten zijn belangrijke stoffen voor een gezonde stofwisseling van het lichaam en zijn in alle cellen aan te treffen.
Ascorbinezuur of Vitamine C is een in water oplosbare stof. De belangrijkste bronnen van vitamine C zijn citrusvructen en andere soorten fruit, evenals de groeiende uiteinden (knopen en scheuten) van verscheidene planten.
De vitamine wordt vaak als anti-oxidant toegevoegd aan levensmiddelen.
Vitamine E is een vitamine die bestaat uit een mengsel van acht verschillende, vetoplosbare stoffen, vier tocoferolen en vier tocotrienolen. De meest actieve component is α-tocoferol. Vitamine E is een anti-oxidant.
Belangrijke bronnen van vitamine E zijn plantaardige olie, noten en bladgroenten
Resveratrol :
Resveratrol is een polyfenol (meer bepaald een stilbenoide ) — een chemische verbinding die in diverse plantensoorten voorkomt, maar vooral in de schil van blauwe druiven.
Citroenzuur :
Citroenzuur is een zwak organisch zuur. Het komt in citrusvruchten voor en is een natuurlijk conserveermiddel en anti-oxidant. Daarnaast wordt het gebruikt om een zure smaak aan voedsel te geven